Hechten en spiegelen ‘Mamma, ik benhie-ier!’ Mijn jongste staat met zwaaiende armpjes op en
neer te springen om mijn aandacht te vangen, terwijl ik druk in gesprek ben met
een vriendin. Het
is van jongs af aan een basisbehoefte van ieder mens: de nabijheid een of enkele
specifieke personen. Baby’s zijn er van nature op ingesteld een hechte
liefdevolle relatie aan te gaan met tenminste één persoon, doorgaans de moeder.
Deze relatie biedt het kindje veiligheid, geborgenheid en voldoening. Hechting is
heel belangrijk voor de ontwikkeling van een kind en essentieel voor een goede
emotionele en sociale ontwikkeling. Het helpt een kind om een eigen
persoonlijkheid te ontwikkelen. Onderzoek
heeft uitgewezen dat kinderen die zich veilig hebben kunnen hechten aan een of
meer personen in het eerste jaar van hun leven, sociaal-emotioneel beter
functioneren dan kinderen die niet die mogelijkheid hebben gehad. Ze kunnen beter omgaan met tegenslagen,
hebben een groter gevoel van eigenwaarde, zijn sociaal vaardiger, weerbaarder,
leergieriger en minder angstig. In
onze hedendaagse maatschappij wordt het heel sterk gevonden om onafhankelijk en
zelfstandig te zijn. Dat je jezelf kunt redden. Op je eigen benen kunt staan.
‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid!’ Zorg dat je niet afhankelijk
wordt van een man! We zijn allemaal van die doe-het-zelvers geworden. En op
veel gebieden lukt het ons dat nog redelijk ook. Mijn
stelling: het is juist een teken en een bron van kracht, als je in staat bent
om je tot anderen te wenden voor emotionele steun. Want ook in hun
volwassenheid hebben mensen het minstens zo hard nodig om veilig gehecht te zijn
en te blijven aan voor hen belangrijke anderen! Volwassenen die zich zeker
voelen over hun vangnet, kunnen makkelijker de hand uitsteken en verbinding
maken. Ze durven onbekende situaties beter aan, zijn minder bang, maken
makkelijker contact en zijn beter bestand tegen tegenslagen. Als ze zich
onzeker voelen over steun van anderen, worden ze bang, boos of bazig, of ze
vermijden verbinding helemaal en blijven afstandelijk. Spiegelneuronen Ons
brein, onze hersenen zijn een scheppingswonder op zichzelf. Er is nog niet zo
lang geleden een prachtige ontdekking gedaan door wetenschappers:
spiegelneuronen. Mensen hebben elkaar nodig voor de ontwikkeling van hun
identiteit. Al bij hun geboorte hebben ze zenuwcellen die zich als
spiegelneuronen kunnen ontwikkelen. Vanaf onze geboorte doen we elkaar na. Als
een baby naar zijn moeder kijkt en glimlacht, dan lacht de moeder meteen terug.
Dat is een vorm van ‘spiegelen’, dus in houding en beweging nadoen wat de ander
doet. Op dat moment leggen de hersenen van de baby een verband tussen de eigen
glimlach en die van moeder, en wordt – pling!
alsof er een lichtje aanspringt, - een spiegelneuron voor glimlachen aangemaakt.
Mensen leren zichzelf kennen in de ‘spiegel’ van anderen en scheppen op die
manier een band met hen. Als
je weinig bent gespiegeld in je leven, hou je altijd een gevoel bij je van: mag
ik er wel zijn? Wie ben ik? Zie je me wel? Ben ik in beeld? Zelf heb je dan ook
minder goed geleerd om anderen te spiegelen, je in hen te verplaatsen, contact
te maken. Spiegelneuronen zijn slimme cellen, die je in staat stellen om
anderen te begrijpen. Ze maken je tot een sociaal wezen, een mens in
verbinding, in contact met anderen, gebaseerd op liefde. Zo heeft God het
bedoeld. Het
is nooit te laat om je spiegelneuronen te activeren! Counselling is in feite
een continu spiegelproces. De counsellor stemt zich zoveel mogelijk af op de
cliënt en functioneert daarbij als spiegel. Dat uit zich in lichaamshouding, oogcontact,
stemgebruik, doorvragen, luisterstiltes en reflecties. Maar ook in: uitdaging,
confrontatie, humor. Kortom,
contact van hart tot hart in een setting van rust, privacy en veiligheid. ‘Ben ik in beeld?’ Ja, bij de counsellor ben je voor 200% in
beeld. Pling! |



